Actueel


EINDEJAARSTIPS

1 – Denk aan de investeringsaftrek
Heeft u nieuwe bedrijfsmiddelen aangeschaft of bent u van plan dit te doen? U kunt hiervoor onder voorwaarden in aanmerking komen voor een extra aftrekpost, de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Om in 2018 in aanmerking te komen voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek moet u een bedrag tussen € 2.301 en € 314.673 investeren in bedrijfsmiddelen voor uw onderneming.
Tip:
Heeft u in 2018 grote investeringen gedaan en dreigt u het maximumbedrag van € 314.673 te overschrijden? Kijk dan of
u uw investeringen uit kunt stellen tot 2019. Zo voorkomt u dat uw recht op investeringsaftrek vervalt.
2  – Pas de energie-investeringsaftrek toe.
Ook kunt u in aanmerking komen voor een aftrek van 54,5% als u investeert in nieuwe bedrijfsmiddelen die voorkomen op de Energielijst 2018. Het minimale investeringsbedrag is € 2.500 per bedrijfsmiddel. Het totale maximum investeringsbedrag is € 121.000.000.
Let op
Meld uw investering op tijd. U moet binnen drie maanden na het geven van de opdracht tot levering een melding doen
op mijn.rvo.nl.
3  – Milieuvriendelijk geïnvesteerd?
Pas de MIA en de VAMIL toe. Indien u milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen heeft aangeschaft voor uw onderneming kunt u mogelijk een beroep doen op de milieu-investeringsaftrek (MIA) en de willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAMIL). Controleer eerst of uw nieuwe bedrijfsmiddelen op de Milieulijst voorkomen. Op deze lijst staan namelijk alle bedrijfsmiddelen die in aanmerking komen voor MIA en/of VAMIL.
De MIA biedt u de mogelijkheid om maximaal 36% van uw investeringsbedrag in mindering te brengen op uw fiscale winst.
Het percentage van de aftrek is afhankelijk van de milieu-effecten en de gangbaarheid van het bedrijfsmiddel.
Met de VAMIL kunt u een investering op een willekeurig moment afschrijven. Door op een zelf te bepalen moment af te schrijven kan een rente- en liquiditeitsvoordeel optreden.
Let op
Ook voor deze regelingen moet u uw investering melden bij RVO.nl binnen drie maanden nadat u de investeringsverplichting bent aangegaan. Bent u te laat dan komt u niet meer in aanmerking voor de aftrek.
4  – Laat uw herinvesteringsreserve niet vrijvallen.
Heeft u een herinvesteringsreserve gevormd? Ga dan na of de herinvesteringstermijn van drie jaar in 2018 verloopt. Indien u tegen het einde van de termijn zit dan moet u een herinvestering doen anders valt de herinvesteringsreserve vrij in de winst en bent u hierover belasting verschuldigd.
Tip
Gaat u het dit jaar niet meer redden om een herinvestering te doen? Ga dan na of u in aanmerking komt voor verlenging van de termijn voor het aanhouden van een herinvesteringsreserve. De Belastingdienst is hiertoe in zeer uitzonderlijke gevallen bereid.
5  – Bedrijfsmiddel wel of niet verkopen
Bent u van plan om uw bedrijfsmiddelen te verkopen? Breng dan in kaart wanneer uw deze bedrijfsmiddelen heeft aangeschaft en of u toen de investeringsaftrek hebt geclaimd. Indien de verkoop namelijk plaatsvindt binnen vijf jaar na het begin van het kalenderjaar waarin u de investering deed, moet u een deel van die aftrek terugbetalen via de desinvesteringsbijtelling. U kunt in dat geval de verkoop beter uitstellen.
Let op
Ook indien u stopt met uw onderneming kunt u geconfronteerd worden met de desinvesteringsbijtelling. Deze geldt ook in dit geval voor de bedrijfsmiddelen waarvoor u de voorgaande vijf jaar investeringsaftrek hebt toegepast en die u bij het stoppen van uw onderneming vervreemdt of overbrengt naar uw privévermogen. Ga dus na of het zinvol is om uw onderneming dit jaar te stoppen of het uit te stellen.
6  –  Haal verwachtte uitgaven naar voren
Staan er bepaalde uitgaven gepland in 2019? Indien 2018 financieel een goed jaar voor u is dan kunt u uw fiscale winst proberen te verlagen door die uitgaven al in 2018 te doen. Ook kunt u onder voorwaarden een voorziening vormen voor (grote) uitgaven die u in 2019 of later denkt te zullen doen.
Tip
U kunt een voorziening vormen voor bijvoorbeeld een reorganisatie, onderhoud, saneringskosten, het verlenen van garantie op producten of jubileumuitgaven voor het personeel. Ga na of dit haalbaar is binnen uw onderneming.
7 –  Vraag WBSO aan
Houdt u onderneming zich bezig met speur- en ontwikkelingswerk? Ga dan na of u in aanmerking komt voor de WBSO. De WBSO verlaagt de loonkosten en andere kosten en uitgaven voor uw projecten.
De WBSO kent vier soorten projecten die in aanmerking komen voor de regeling:
•    Ontwikkeling van producten, processen of programmatuur;
•    Technisch wetenschappelijk onderzoek;
•    Analyse technische haalbaarheid;
•    Technisch onderzoek.
Tip
U kunt het voordeel van de WBSO verrekenen via uw belastingaangifte. Het is wel van belang hoe u uw onderneming drijft. Ondernemers met werknemers dragen minder loonheffing af en zelfstandigen krijgen een vaste aftrek.
8  – Nieuwe onderneming? Denk aan uw aanloopkosten
Ook de zakelijke kosten die u in uw voorfase van uw onderneming hebt gemaakt, kunt u in aftrek brengen van uw winst. Maak een overzicht van deze aanloopkosten. Denk bijvoorbeeld aan de kosten die u heeft moeten maken om de markt te verkennen en ingewonnen adviezen.
9  –  Ruim uw oude administratie op
De fiscale bewaartermijn voor uw administratie bedraagt in beginsel zeven jaar. U mag dan ook uw administratie over 2011 en eerdere jaren weggooien na 31 december 2018. Bij uitstel van aangifte wordt de periode van zeven jaar verlengd met het verleende uitstel.
Let op
Uw administratie die ziet op het gebruik van onroerende zaken, elektronische diensten, telecommunicatiediensten en radio- en tv-omroepdiensten, moet u tien jaar bewaren inclusief het jaar van eerste ingebruikname.

TIPS VOOR DE IB-ONDERNEMER

10  –  Is uw urenadministratie op orde?
U kunt in aanmerking komen voor diverse ondernemersfaciliteiten in de inkomstenbelasting indien u voldoet aan het urencriterium. Om te voldoen aan het urencriterium moet u in 2018 minstens 1.225 uur besteden aan uw onderneming.
U kunt dit met een urenadministratie aannemelijk maken. U mag alle uren meetellen die u voor uw onderneming maakt.
Registreer zowel uw indirecte als uw directe uren. Elk uur dat u declareert aan uw klant valt onder directe uren. Indirecte uren zijn de uren die u steekt in uw voorbereiding, maar ook in opleidingen of cursussen, het werven van klanten en het bedenken en uitwerken van nieuwe ideeën. Daarnaast mag u ook de uren besteed aan de volgende activiteiten opnemen in uw administratie:
•    De uren die u kwijt bent aan het bijhouden van uw administratie.
•    Het maken van een zakelijke website.
•    Het bezoeken van klanten. Ook de reistijd mag u registeren, maar moet wel aannemelijk zijn
11    Kijk of u in aanmerking komt voor de ondernemersfaciliteiten
Indien u aan het urencriterium voldoet, kunt u nagaan voor welke ondernemingsfaciliteit u in aanmerking kunt komen. De ondernemings-faciliteit zorgt voor een aftrekpost op uw winst en bestaat uit:
•    zelfstandigenaftrek;
•    startersaftrek;
•    startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid;
•    aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk;
•    meewerkaftrek;
•    stakingsaftrek.
Beoordeel of u aan de voorwaarden voldoet per aftrekpost.
12  – Verlaag uw winst met de mkb-winstvrijstelling
Voldoet u niet aan het urencriterium dan komt u nog wel in aanmerking voor de mkb-winstvrijstelling. Deze vrijstelling vermindert uw belastbare winst uit onderneming na ondernemersaftrekken (zoals bijvoorbeeld de zelfstandigenaftrek) met 14%.
Let op
De mkb-winstvrijstelling werkt nadelig in geval van verliezen. Bij een verlies verkleint de mkb-winstvrijstelling dit verlies.
13  –  Verreken uw verliezen
Het verlies uit uw onderneming kunt u verrekenen met positieve box 1-inkomsten uit de drie voorafgaande jaren en met positieve box 1-inkomsten uit de negen volgende jaren. Houd hierbij rekening met de verplichte volgorde: eerst de drie voorafgaande jaren en dan de negen volgende jaren.
Let op
Verliezen die u niet in die periodes kunt verrekenen, verdampen. U kunt die verliezen dan niet meer verrekenen.
Tip
Dreigen uw verliezen te verdampen? Probeer dan uw winst te verhogen in 2018 door bijvoorbeeld een bedrijfsmiddel te verkopen.
14  –  Spaar voor uw oude dag
U kunt een deel van uw winst uit onderneming toevoegen aan uw oudedagsreserve. De toevoeging aan uw oudedagsreserve is 9,44% van de winst, met in 2018 een maximum van € 8.775. Zo zorgt u dus voor uitstel van belastingheffing over dat deel van de winst. Dit levert u op de korte termijn belastingvoordeel op.
Let op
Uiteindelijk moet u er in de toekomst wel belasting over betalen. Houd hier rekening mee.
15  –  Controleer uw voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2018
Heeft u een voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2018 ontvangen, maar draait u in 2018 een hogere winst? Dan loopt
u het risico om geconfronteerd te worden met 4% belastingrente op uw definitieve aanslag inkomstenbelasting 2018. U kunt dit voorkomen door te zorgen dat uw voorlopige aanslag inkomstenbelasting in de toekomst beter aansluit op uw werkelijke winst.

TIPS VOOR DE BV

16  –  Pas de innovatiebox toe
Houd u zich als ondernemer bezig met innoverende activiteiten? Ga dan na of u in aanmerking komt voor de innovatiebox.
Alle winsten die u in 2018 behaald hebt met uw innoverende activiteiten worden belast tegen een verlaagd vennootschapsbelastingtarief van 7%.
17  –  Voorkom verliesverdamping
Ga na of u uw verliezen nog kunt verrekenen. Kan een verlies niet worden verrekend met winst uit het voorgaande jaar? Dan is het verlies vooruit verrekenbaar tot negen jaar.
Let op
U kunt vanaf 2019 de verliezen maximaal zes jaar vooruit verrekenen met de winst. Lijdt uw BV verlies in 2018? Dan mag u dat verlies nog verrekenen tot 2027. Lijdt uw BV verlies in 2019? Dan mag u dat dus korter verrekenen tot 2025.
18 – Houd rekening met de afschrijvingsbeperking
U mag in 2018 nog op onroerende zaken afschrijven tot 50% van de WOZ-waarde (100% van de WOZ-waarde voor beleggingspanden). Vanaf 2019 mogen alle onroerende zaken van BV’s en andere vennootschapsbelastingplichtige lichamen niet verder worden afgeschreven dan tot 100% van de WOZ-waarde.
Let op
Indien u de onroerende zaak vóór 1 januari 2019 in gebruik heeft genomen en op dat gebouw nog geen drie jaar is afgeschreven, dan mag u alsnog deze drie jaar volgens het oude regime blijven afschrijven.
19 – Deponeer uw jaarstukken op tijd
Deponeer de jaarrekening van uw BV uiterlijk acht dagen na vaststelling bij de Kamer van Koophandel. Wanneer deze niet op tijd is vastgesteld, kunt u de voorlopige jaarrekening deponeren.
De jaarrekening moet in ieder geval binnen twaalf maanden na afloop van het boekjaar gedeponeerd zijn. Voor uw BV dient u de volgende deponeer-termijnen in acht te nemen:
•    Binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar maakt het bestuur de jaarrekening op en legt deze voor aan de aandeelhouders.
•    De aandeelhouders verlenen het bestuur maximaal vijf maanden uitstel in geval van bijzondere omstandigheden.
•    De aandeelhouders hebben vervolgens twee maanden de tijd voor het vaststellen van de jaarrekening.
Houd rekening met de uitzondering dat indien alle aandeelhouders ook bestuurder of commissaris zijn, ondertekening van de jaarrekening meteen tot vaststelling leidt. In dit geval vervallen de twee maanden tijd voor vaststelling. Voor uw BV betekent dit dat u deponeert binnen tien maanden en acht dagen na afloop van het boekjaar. Is het boekjaar gelijk aan het kalenderjaar, dan is de uiterste deponeerdatum dus 8 november (tien maanden + acht dagen).
Let op
Indien u te laat deponeert is dit strafbaar als economisch delict. Bovendien kunt u persoonlijk aansprakelijk gesteld
worden als u niet (op tijd) deponeert en uw onderneming gaat failliet. Zorg er dus voor dat u binnen de termijn deponeert. De deponeringsplicht geldt tot de datum van opheffing.
20  – Controleer uw voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 2018
Een voorlopige teruggaaf kan aantrekkelijk zijn omdat het direct liquiditeit oplevert. Maar pas op: u kunt naderhand wel
geconfronteerd worden met belastingrente, indien die teruggaaf niet blijkt te kloppen. De belastingrente bedraagt momenteel 8% voor de vennootschapsbelasting. Voorkom deze hoge rente en zorg dat uw voorlopige aanslag overeenstemt met de werkelijkheid.

TIPS VOOR DE BTW

21  – Let op de éénjaarstermijn bij oninbare vorderingen.
U kunt de btw op oninbare vorderingen terugvragen bij de belastingdienst zodra het zeker is dat uw vordering (gedeeltelijk) oninbaar is. De vordering wordt in ieder geval als oninbaar aangemerkt uiterlijk één jaar na het verstrijken van de uiterste betaaldatum die tussen u en uw klant is overeengekomen. Als geen betalingstermijn is vastgelegd, dan geldt de wettelijke betalingstermijn van dertig dagen na ontvangst van de factuur door uw klant. Houd deze termijn in de gaten.
Tip
Breng uw oude vorderingen in kaart en kijk of de éénjaarstermijn in 2018 eindigt. Dit betekent dat u elk tijdvak moet nagaan of er openstaande vorderingen zijn waarbij de termijn van uiterlijk één jaar is verstreken.
22  – Vraag EU-btw over 2018 terug
Heeft u in 2018 btw betaald in een ander EU-land? Dan kunt u via de site van de Belastingdienst deze btw terugvragen. U moet uw teruggaaf-verzoek uiterlijk op 30 september 2019 indienen. Het is raadzaam om nu al te beoordelen of u voldoet aan de voorwaarden voor teruggaaf.
23  – Corrigeer privégebruik auto
U kunt de btw op de aanschaf, het onderhoud en het gebruik van de zakelijke auto in aftrek brengen zolang de auto wordt gebruikt voor belaste omzet. Heeft u de auto in 2018 ook voor privédoeleinden gebruikt? Dan moet u voor dit privégebruik een correctie toepassen in uw laatste btw-aangifte van 2018. U kunt hiervoor gebruikmaken van de forfaitaire regeling, waarbij u uitgaat van 2,7% van de catalogusprijs (inclusief btw en BPM).
Let op
Voor auto’s die al langer dan vijf jaar in gebruik zijn, mag u een forfait van 1,5% van de catalogusprijs (inclusief btw en BPM) toepassen. Ook indien u bij aankoop van een auto geen btw afgetrokken heeft (bijvoorbeeld bij aanschaf van een marge-auto of een auto die u van een particulier hebt gekocht), mag u een forfait van 1,5% gebruiken.
Tip
Betaal de brandstof voor de auto van de zaak niet contant, maar met een bankpas, creditcard of tankpas van de zaak.
Zo kunt u voor de aftrek van voorbelasting aantonen dat u de brandstof op naam van de zaak heeft betaald.
24  – Controleer uw btw-aangiften over 2018
Ga in uw administratie na of uw ingediende btw-aangiften over 2018 correct zijn. Heeft u te weinig btw aangegeven, dan moet u dit vóór 1 april 2019 corrigeren met een digitale suppletieaangifte. Ook als u juist te veel btw heeft afgedragen, kunt u de bovenmatig afgedragen btw corrigeren met een suppletieaangifte.
Let op
U hoeft de suppletieaangifte uitsluitend te gebruiken bij correcties van meer dan € 1.000. Lagere correcties mag u verwerken in uw eerstvolgende btw-aangifte.
25  –  Let op de herzieningstermijn
Houd de btw-herzieningstermijn in de gaten die van toepassing is op uw roerende en onroerende zaken. Deze termijn is tien jaar voor onroerende zaken en vijf jaar voor roerende zaken. In deze periode bekijkt u elk jaar of de verhouding tussen belast en vrijgesteld gebruik hetzelfde is als in het jaar van ingebruikneming van de goederen. Is het verschil tussen deze verhoudingen groter dan 10%? Dan moet u een deel van de afgetrokken btw corrigeren.
26 – Bereid u voor op de tariefsverhoging
Het lage btw-tarief gaat van 6% naar 9% per 1 januari 2019. Het is van belang dat u zich in 2018 al voorbereidt op deze tariefsverhoging. Het nieuwe tarief heeft impact op:
•    uw administratie;
•    de prijzen van goederen en diensten;
•    de facturatie en btw-aangifte bij de jaarovergang.
Let op
Heeft u offertes gemaakt voor goederen of diensten die in 2019 worden geleverd? Dan moet u uitgaan van een btw-tarief van 9%. Is de betaling al in 2018 voldaan? Dan geldt hiervoor het 6%-tarief. Denk hierbij bijvoorbeeld aan concert- of seizoenkaarten die in 2018 worden betaald, terwijl de evenementen pas in 2019 plaatsvinden.
27  –  Kies het gunstigste btw-aangiftetijdvak
U mag zelf bepalen of u uw btw-aangifte per kwartaal of per maand doet. Probeer hier een juiste keuze in te maken zodat u een liquiditeitsvoordeel weet te behalen. Kijk bijvoorbeeld of u vaak btw moet afdragen, dan zou een kwartaalaangifte raadzaam zijn. Ingeval u juist te maken hebt met een structurele teruggave van btw, kunt u ervoor kiezen om maandelijks
de btw-aangifte in te dienen.
Let op
Ook jaarlijks btw-aangifte doen is onder voorwaarden mogelijk. Indien u hiervoor in aanmerking wilt komen, moet u een verzoek indienen bij de Belastingdienst.

TIPS VOOR DE DGA

28  –   Zet AB-verlies om in belastingkorting
Heeft u in 2018 geen aanmerkelijk belang meer, maar nog wel een onverrekend verlies? Dan kunt u dit verlies op uw verzoek in 2020 laten omzetten in een belastingkorting. De korting is 25% van het onverrekende verlies uit aanmerkelijk belang. Deze belastingkorting vermindert de belasting in box 1. Een eventueel daarna nog resterend onverrekend deel van deze belastingkorting kan tot negen jaar na het ontstaan van het verlies worden verrekend met de belasting in box 1.
Let op
U dient de Belastingdienst schriftelijk te verzoeken om omzetting in een belastingkorting.
29 – Juiste verwerking schuld aan uw BV
Heeft u geld geleend van uw BV? Houd dan rekening met een juiste verwerking van deze schuld in uw aangifte en de aangifte van uw BV. Zo moet u het bedrag van de lening aangeven als schuld in box 3 in uw aangifte inkomstenbelasting.
Daardoor daalt uw belastbaar inkomen in box 3. De rente die u aan uw BV betaalt, kunt u niet dan ook niet aftrekken. Uw BV geeft de rente aan als winst in haar aangifte vennootschapsbelasting.
Tip
Zorg voor een zakelijke leningsovereenkomst tussen u en uw BV zodat de Belastingdienst de zakelijkheid niet in twijfel kan trekken.
30 – Controleer opgegeven gebruikelijk loon
Ga na of u het juiste loon hebt opgegeven als dga. Uw loon bedraagt het hoogste van de volgende bedragen:
•    75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking;
•    het hoogste loon van de overige werknemers van de BV, of daarmee verbonden vennootschappen (lichamen);
•    € 45.000.
Ligt uw loon lager dan deze bedragen? Dan moet u dit wel aannemelijk kunnen maken.
31 – Kies voor een bonus
Een extra beloning aan het einde van het jaar kan plaatsvinden in de vorm van een onbelaste bonus die u in de vrije ruimte laat vallen. U mag via uw BV onbelast vergoedingen ontvangen als dga indien het totale bedrag onder 1,2% blijft van uw loonsom. Dit is de vrije ruimte. Komt het bedrag van de vergoedingen boven die grens? Dan moet u over dat extra bedrag 80% belasting betalen. Er gelden geen voorwaarden voor de bestedingen binnen de vrije ruimte. Dit is fiscaal gunstiger dan een dividenduitkering welke belast is tegen een inkomstenbelastingtarief van 25% in box 2.
Tip
De Belastingdienst heeft aangegeven niet moeilijk te doen bij een bonus tot € 2.400 per jaar.
32 – Doe de uitkeringstoets
Ontvangt u een dividenduitkering van uw BV? Zorg er dan voor dat er een uitkeringstoets plaatsvindt. Het bestuur moet dan toetsen of de BV ook na de dividenduitkering aan haar financiële verplichtingen kan blijven voldoen. Als achteraf blijkt dat dit niet zo is dan kan dit leiden tot bestuurdersaansprakelijkheid en terugbetaling van de ontvangen dividenduitkering.

TIPS VOOR DE WERKGEVER/ WERKNEMER

33 – Benut de vrije ruimte
Ga na of u in 2018 de vrije ruimte van de werkkostenregeling wel volledig heeft benut. De vrije ruimte bedraagt 1,2% van de fiscale loonsom. Indien u nog vrije ruimte over heeft, dan kunt u overwegen om uw werknemers aan het einde van het jaar een extra beloning (dertiende maand) te geven.
Let op
Een extra beloning van maximaal € 2.400 per werknemer per jaar wordt door de Belastingdienst geaccepteerd. Wilt u een hogere beloning voor uw werknemers dan moet u bewijzen dat een dergelijke beloning in uw sector gebruikelijk is.
34 – Feestje op kantoor?
Bent u nog van plan om een eindejaarsfeest te organiseren voor uw werknemers? Doe dit dan op kantoor. Indien u namelijk het personeelsfeest op de werkplek geeft, is het vrijgesteld van loonbelasting.
35 – Pas de concernregeling toe
U kunt voor al uw BV’s die onder hetzelfde concern vallen, de vrije ruimte van 1,2% samen nemen en zo één overkoepelende vrije ruimte hanteren voor uw werknemers. Eén van de voorwaarden is dan wel dat de concernonderdelen die deelnemen, het hele jaar een concern hebben gevormd. Dit betekent dus dat concernonderdelen die in de loop van 2018 zijn ingelijfd of afgestoten, voor 2018 buiten de concernregeling vallen.
36 – Let op doelgroepverklaring voor loonkostenvoordeel
Heeft u oudere werknemers of arbeidsgehandicapte werknemers in dienst? Dan komt u mogelijk voor het loonkostenvoordeel in aanmerking. Als u voor uw werknemer het loonkostenvoordeel wilt ontvangen, dan heeft u een kopie van de doelgroepverklaring van uw werknemer nodig. Houd u er rekening mee dat u tijdig de doelgroepverklaring bij uw werknemer opvraagt. Uw werknemer moet namelijk binnen drie maanden nadat hij bij u in dienst is getreden de doelgroepverklaring
aanvragen.
Let op
Na deze drie maanden heeft uw werknemer geen recht meer op de doelgroepverklaring. Zonder deze doelgroepverklaring kunt u voor deze werknemer geen loonkostenvoordeel meer aanvragen.
37 – Vraag werknemer om verklaring geen privégebruik auto
Als u een auto ter beschikking stelt aan een werknemer, kunt u de bijtelling voor het privégebruik van de auto soms achterwege laten. Uw werknemer dient middels de ‘Verklaring geen privégebruik auto’, te verklaren dat hij niet meer dan vijfhonderd kilometer privé rijdt met de auto van de zaak. Ga bij uw werknemer na of deze verklaring wel of niet aan de orde is zodat u uw administratie daarop kan aanpassen per 1 januari 2019.
Indien uw werknemer een verklaring kan overhandigen dan hoeft u niets te doen. Maar gaat uw werknemer in 2019 meer dan vijfhonderd privékilometers rijden met de auto, dan moet u de bijtelling voor privégebruik gaan toepassen.
38 – Bijtelling privégebruik auto
Indien u een auto ter beschikking stelt aan uw werknemer dan bedraagt de bijtelling voor privégebruik 22% van de cataloguswaarde. Voor volledig elektrische auto’s bedraagt de bijtelling 4%. Voor auto’s die meer dan vijftien jaar geleden voor het eerst in gebruik zijn genomen geldt de waarde in het economische verkeer als grondslag en een bijtelling van 35%.
Let op
Gaat u nieuwe auto’s ter beschikking stellen aan uw werknemers? In 2019 en 2020 zal voor volledig elektrische auto’s het deel van de catalogusprijs dat boven € 50.000 uitkomt ook onder de bijtelling van 22% vallen. Vanaf 2021 gaat de bijtelling voor elektrische auto’s geheel naar 22%. Er geldt dan geen fiscaal voordeel meer voor elektrische auto’s.
39 – Controleer de salarisnorm voor de 30%-regeling
Heeft u werknemers in dienst die gebruik maken van de 30%-regeling? Ga dan na of deze werknemers voldoen aan de salarisnorm om de regeling voort te zetten. In 2018 ligt deze grens voor reguliere werknemers op € 37.296. Voor werknemers jonger dan dertig jaar met een kwalificerende master-titel ligt de grens op € 28.350. Werknemers die wetenschappelijk onderzoek doen bij bepaalde instellingen en artsen in opleiding tot specialist, hoeven helemaal niet aan een salarisnorm
te voldoen.
Let op
Blijkt dat een werknemer niet meer voldoet aan de salarisnorm? Dan vervalt het recht op toepassing van de 30%-regeling. Dat betekent dat u dit moet corrigeren in uw loonadministratie.
40 – Breng uw studiekosten in aftrek
Breng uw studiekosten die u in 2018 betaald heeft in kaart zodat u hiervoor aftrek kunt claimen. U kunt lesgeld, cursusgeld, collegegeld en examengeld betaald in 2018 in aftrek brengen. Ook zijn leermiddelen, die de onderwijsinstelling verplicht heeft gesteld, aftrekbaar. Denk bijvoorbeeld aan een kappersschaar, een hamer, een beitel of schilders-benodigdheden. Hieronder vallen ook boeken, readers, cd-roms en software.
Let op
Houd rekening met een drempel van € 250. Pas als de kosten boven dit bedrag uitkomen dan zijn deze aftrekbaar.
Daarnaast dient u aan alle overige voorwaarden voor aftrek te voldoen.

TIPS VOOR ALLE BELASTINGPLICHTIGEN

41 – Extra giftenaftrek
U kunt in aanmerking komen voor een extra giftenaftrek indien u schenkt aan een culturele algemeen nut beogende instelling (ANBI). Als donateur van een culturele ANBI kunt u in uw aangifte inkomstenbelasting 1,25 keer het bedrag van de gift aftrekken. Aftrekbare giften aan culturele instellingen worden namelijk voor het bepalen van de giftenaftrek verhoogd met 25%, maar in totaal ten hoogste met € 1.250. Benut deze mogelijkheid nog in 2018.
Onder culturele ANBI’s vallen bijvoorbeeld theatergroepen, schouwburgen, bibliotheken, filmhuizen, (pop)podia, letteren-,
pop- en filmfestivals en architectuurcentra.
Let op
U kunt zelf nagaan of een culturele instelling de status culturele ANBI heeft. U kunt dit nagaan met het programma ANBI opzoeken. Als achter de naam van de instelling in de kolom activiteit ’Cultuur’ is vermeld, dan heeft deze ANBI de status van culturele ANBI.
42 – Breng onderhoudskosten monumentenpand in aftrek
U kunt nog gebruik maken van de aftrek van de kosten voor het onderhoud van monumentenpanden. Breng in kaart of u kosten gemaakt hebt voor het vervangen of repareren van onderdelen van uw rijksmonumentenpand. Dit zijn kosten die u maakt om het pand in bruikbare staat te houden of te herstellen. Ook kosten voor achterstallig onderhoud vallen hieronder. Deze kosten moeten in redelijkheid zijn gemaakt. Het gaat dus niet om een verbetering, zoals een uitbreiding van het pand.
43 – Verlaag uw box 3- vermogen
Op 1 januari 2019 zal de grondslag voor uw box 3-vermogen bepaald worden. U betaalt minder belasting als de grondslag van box 3 lager is. Dit kunt u beïnvloeden door bijvoorbeeld uw belastingschulden te betalen voor 1 januari van het nieuwe jaar. Ook kunt een schenking doen of een dure aankoop.
44 – Betaal hypotheekrente vooruit
Valt u volgend jaar onder een lagere belastingschijf in de inkomstenbelasting? Dan is het raadzaam om uw hypotheekrente alvast vooruit te betalen. Zo kunt u dit jaar nog uw hypotheekrente aftrekken tegen een hoger belastingtarief. Daarnaast is in 2019 de hypotheekrente nog tegen maximaal 49% aftrekbaar.
Let op!
U kunt maximaal zes maanden van het volgende jaar vooruit betalen. Langer mag niet. Als u dat doet, weigert de Belastingdienst de vooruitbetaalde rente als aftrekpost.
45 – Wacht met verkoop eigen woning
Staat uw schuldenvrije woning te koop? Zorg ervoor dat u de verkoop na 1 januari 2019 laat plaatsvinden. Indien de verkoop eerder plaatsvindt zal de verkoopopbrengst in box 3 vallen (peildatum 1 januari 2019) en zult u mogelijk hierover inkomstenbelasting moeten afdragen.

FISCALE WIJZIGINGEN OP KOMST

Wijzigingen in de inkomstenbelasting
46 – Tarief box 1 beperkt tot twee schijven
Vanaf 2021 worden de tarieven in box 1 van de inkomstenbelasting beperkt tot twee schijven; een basistarief van 37,05% en een toptarief van 49,5% voor inkomen meer dan € 68.507.
47 – Eigenwoningforfait verlaagd
Het eigenwoningforfait voor woningen van meer dan € 75.000 wordt verlaagd naar 0,65% per 1 januari 2019. Daarna wordt het eigenwoningforfait stapsgewijs verlaagd naar 0,45% tot en met 2023. Het eigenwoningforfait voor woningen van meer dan € 1.060.000 blijft 2,35%.
48 – Hypotheekrenteaftrek wordt afgebouwd
De hypotheekrenteaftrek wordt verder afgebouwd tot 49% in 2019. Vanaf 2020 wordt de hypotheekrenteaftrek versneld afgebouwd in vier stappen van drie procentpunt naar 37,05% in 2023. Dit zorgt voor de volgende percentages: 46% in 2020, 43% in 2021, 40% in 2022 en 37,05% in 2023.
49 – Ondernemersaftrek afgebouwd
Ook voor het aftrektarief van de ondernemersaftrek geldt de afbouw vanaf 2020 in vier stappen van drie procentpunt naar 37,05% in 2023. De ondernemersaftrek bestaat uit de zelfstandigenaftrek, de aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk, de meewerkaftrek, de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid en de stakingsaftrek.
50 – Investeringsregelingen verlengd
De energie-investeringsaftrek (EIA), de willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAMIL) en de milieu-investeringsaftrek (MIA) worden voor een periode van vijf jaar verlengd. Dit betekent dat de faciliteiten van de EIA, MIA en VAMIL ten minste tot 1 januari 2024 blijven. Wel wordt het aftrekpercentage voor de EIA verlaagd van 54,5% naar 45% in 2019.
51  –  Aftrek Studiekosten vervangen
De fiscale aftrekpost voor studiekosten wordt per 2020 vervangen door een individuele leerrekening voor alle Nederlanders die een startkwalificatie hebben behaald.
52 – Monumentenaftrek vervangen
De monumentenaftrek wordt vervangen door een subsidieregeling voor de instandhouding van rijksmonumenten met een woonfunctie.
53 –  Tarief box 2 gaat omhoog
Het box 2-tarief gaat gefaseerd omhoog van 25% naar 26,25% in 2020 en 26,9% in 2021.
54 – Verliesverrekening box 2 wordt verkort
De voorwaartse verrekening van verliezen in box 2 wordt verkort van negen naar zes jaar per 1 januari 2019.
55 – Nieuwe belasting voor dga met lening bij eigen BV
De dga met een lening bij de eigen BV wordt per 1 januari 2022 geconfronteerd met een nieuwe belasting. De dga is deze belasting verschuldigd indien de leningen boven de € 500.000 uitstijgen. De overgangsregeling bepaalt dat leningen die de dga heeft gebruikt voor de aankoop van een woning uitgezonderd zijn van de heffing. Dat geldt niet alleen voor bestaande eigenwoningschulden, maar ook voor nieuwe gevallen.
56 – Wijzigingen Box 3
Het heffingsvrije vermogen wordt verhoogd tot € 30.360 per persoon. Het forfaitaire rendement van de vermogensschijven wijzigt naar 1,94%, 4,45% en 5,60%.

OVERIGE WIJZIGINGEN

57 –  Lagere tarieven vennootschapsbelasting
De tarieven in de vennootschapsbelasting gaan omlaag. Het tarief voor winsten tot € 200.000 zakt tot 15% in 2021. Het toptarief voor winsten boven de € 200.000 daalt naar 20,5% in 2021.
58   –  Meer afdrachtvermindering voor speur- en ontwikkelingswerk
Indien u per jaar meer dan € 350.000 aan kosten maakt voor activiteiten op innovatief gebied, krijgt u meer afdrachtvermindering. Het percentage van 14% wordt vanaf 2020 verhoogd naar 16%.
59 – Looptijd 30%-maatregel verkort
De maximale looptijd van de 30%-regeling wordt met ingang van 1 januari 2019 verkort van acht naar vijf jaar. Er komt een
overgangsmaatregel inzake het beperken van acht naar vijf jaar van de 30%-regeling voor buitenlandse werknemers met een specifieke deskundigheid. De invoering van deze overgangsmaatregel wordt met twee jaar uitgesteld. Het overgangsrecht is dus voor de werknemers voor wie de regeling door de verkorting in 2019 of 2020 zou eindigen.
60  –  Kleine ondernemersregeling in btw aangepast
De kleine ondernemersregeling (KOR) in de btw wordt per 2020 vereenvoudigd. Bij een jaaromzet van € 20.000 of minder
kan per 2020 gekozen worden voor een vrijstelling voor de btw. Deze regeling gaat ook gelden voor stichtingen, verenigingen en BV’s. Onder de KOR vermeldt u als ondernemer geen btw meer op facturen, hoeft u geen aangifte btw meer te doen, maar kunt u ook geen btw op inkomende facturen meer aftrekken.


VERHOGING MINIMUMLOON

Het wettelijk minimumloon is per 1 juli 2018 met 1,05% verhoogd. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de nieuwe bedragen gepubliceerd in de Staatscourant.
Na de wettelijke afronding bedraagt het bruto wettelijk minimumloon voor werknemers van 23 jaar en ouder € 1.594,20 per maand, € 367,90 per week en € 73,58 per dag. Voor jongere werknemers gelden lagere bedragen.


LLP

Overweegt u een samenwerkingsvorm waarbij rechtspersoonlijkheid van groot belang is vanwege de risico-afgrenzing, dan ligt een BV voor de hand. Het is echter mogelijk een Limited Liability Partnership aan te gaan. Dit is een Engelse rechtsvorm die in Nederland toelaatbaar is met als prettig aspect dat de LLP fiscaal transparant is. Ofwel deze rechtsvorm wordt niet zelfstandig belast maar de winst wordt toegerekend aan de partners waarbij de in Nederland bekende fiscale faciliteiten zoals zelfstandigenaftrek en MKB-korting toepasbaar zijn.
Ook is er geen noodzaak een minimum dga-salaris in aanmerking te nemen.

Over de specifieke aspecten en toepasbaarheid van deze rechtsvorm kunt u met ons kantoor contact opnemen.


BEWAARTERMIJNEN

Dat u uw financiële administratie 7 jaar moet bewaren is doorgaans wel bekend. Maar de reikwijdte van het begrip “administratie” is zeker in een geautomatiseerde omgeving doorgaans meer omvattend dan verondersteld wordt. Wij adviseren u dan ook uw specifieke situatie eens te toetsen met hetgeen op de site van de Belastingdienst daarover is te vinden.
Voor bedrijfsmatig onroerend goed geldt een bewaartermijn van tien jaar (mede in verband met de herzieningsperiode voor btw.
Voor personeelsgegevens gelden weer andere termijnen. Informatie van sollicitanten mag niet langer dan vier weken na de sollicitatieprocedure bewaard blijven. Gaat een medewerker uit dienst dan mogen de arbeidsovereenkomst en verslagen van functioneringsgesprekken maximaal twee jaar bewaard blijven na einde dienstverband; voor loonbelastingverklaringen en kopieën van identiteitsbewijzen geldt een termijn van vijf jaar.


VOORDELEN LOONKOSTEN 2018

Werkgevers hebben voor moeilijk bemiddelbare werknemers onder voorwaarden recht op een tegemoetkoming van de overheid in de loonkosten. De regeling is bekend onder de naam Lage Inkomens Voordeel: LIV. De tegemoetkoming bestaat uit een bedrag per verloond uur met een vast bedrag per jaar en is beschikbaar voor de volgende groepen:
• werknemers met een laag inkomen;
• oudere voormalig werkloze werknemers;
• arbeidsgehandicapte werknemers;
• werknemers uit de doelgroep banenafspraak;

Voorwaarden
Om in aanmerking te komen voor het LIV moet voldaan worden aan de volgende voorwaarden:
• het gemiddelde uurloon van uw werknemer bedraagt in 2018 minimaal € 9,66 maar niet meer dan €12,08
• uw werknemer heeft minimaal 1248 verloonde uren in het kalenderjaar
• uw werknemer heeft de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet bereikt
• uw werknemer is sociaal verzekerd in Nederland

Het gemiddelde uurloon berekent u aan de hand van de formule totaal jaarloon gedeeld door totaal aantal verloonde uren. Voor de vaststelling van het totale jaarloon telt alles mee. Bijzondere toeslagen voor bijvoorbeeld overwerk zullen dus van invloed zijn op het gemiddelde uurloon en kunnen er mogelijk voor zorgen dat er geen recht bestaat op het LIV.
Een werknemer die in de loop van het jaar bij u dienst komt, voldoet mogelijk niet aan de minimaal vereiste 1248 uren. Voor deze werknemer bestaat dan in het jaar van indiensttreding geen recht op het lage-inkomensvoordeel. Voldoet diezelfde werknemer het volgende jaar wel aan de minimaal vereiste 1248 uren, dan bestaat in dat jaar wel recht op het lage-inkomensvoordeel (mits uiteraard voldaan is aan de overige voorwaarden).
Het LIV bestaat uit een vast bedrag per verloond uur en varieert van € 0,51 tot € 1,01 per uur. Er geldt in 2018 een maximaal bedrag per jaar dat afhankelijk van het uurloon € 1.000 of € 2.000 beloopt. Voor de juiste berekening kunt u contact opnemen met ons kantoor.
Voor jongeren onder de 22 jaar gelden andere bedragen.
Daarnaast zijn er nog diverse regelingen voor LoonKostenVoordelen voor aparte doelgroepen; het gaat te ver om dit hier uit te werken maar wij zijn u graag van dienst in het verkennen daarvan.