CORONAMAATREGELEN

Er zijn door de overheid tal van regelingen getroffen om ondernemers tegemoet te komen in de zware lasten die op hen af komen in deze moeilijke periode. Vanwege het grote aantal regelingen samen met de wel zeer hoge frequentie van nieuwe regelingen en bijgestelde voorwaarden voor bestaande regelingen is er voor gekozen deze niet op onze site op te nemen maar te verwijzen naar de site van bijv. de belastingdienst. Vanzelfsprekend zijn wij gaarne bereid u in de toepassing van de regelingen te ondersteunen.
Ook kunnen wij u ondersteunen bij het mogelijk verkrijgen van uitstel van betaling voor belastingen.

 

EINDEJAARSTIPS 2020

LET WEL: de meeste regelingen zijn complexer dan onderstaand in de samenvatting kan worden weergegeven. Het is daarom aan te bevelen even in overleg te treden voordat u plannen wilt gaan uitvoeren.
Omdat de meeste punten nog steeds informatief of zinnig te overwegen zijn in 2021 zijn de onderstaande eindejaarstips 2020 nog steeds vermeld op de site.

Op 15 december 2020 heeft de Eerste Kamer ingestemd met het Belastingplan 2021.
In een motie is de regering verzocht onderzoek te doen naar een meer neutrale behandeling van ondernemers in de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting; dit zou in het eerste halfjaar 2021 moeten leiden tot voorstellen. Dit kan er bijvoorbeeld toe leiden dat elementen als zelfstandigenaftrek verder worden afgebouwd. 

 

Hoofdlijn van de tariefontwikkeling
Het tarief voor de vennootschapsbelasting gaat van 16,5 % in 2020 over de eerste € 200.000 winst naar 15 % in 2021 met ook een verlengde 1e schijf: €  295.000 (deze drempel gaat in 2022 naar verwachting naar € 395.000!). Hiertegenover staat wel een wat hogere box II heffing inzake uw inkomsten uit aanmerkelijk belang. Deze was in 2019 25 %, in 2020 26,25 % en gaat in 2021 naar 26,9 %.
Mocht u voornemens zijn dividend uit te keren, dan kan het dus nuttig zijn dit nog  in 2020 door te voeren maar u moet zich wel afvragen wat u met die netto baten gaat doen. Als deze toegevoegd gaan worden aan uw box III vermogen kan het juist nuttig zijn nog géén dividend uit te keren omdat de heffing in box III hoger kan worden dan uw besparing op de box II heffing. Dit hangt mede af van de mate waarin uw box III al of niet het heffingsvrije vermogen overschrijdt: deze gaat in 2021 naar € 50.000 per fiscale partner. Los daarvan kunt u er voor kiezen het netto dividend schuldig te blijven.

Indien u gebruik heeft gemaakt van de NOW-regeling is het wel toelaatbaar een dividend over 2019 uit te keren, maar niet over 2020. In dat geval kunt u het besluit omtrent de uitkering van dividend beter opschorten omdat u anders de NOW-tegemoetkoming helemaal moet terugbetalen.

De zelfstandigenaftrek wordt in komende jaren wel geleidelijk kleiner zodat de belastingdruk voor de ondernemer in de IB wat gaat toenemen.
Als gevolg hiervan wordt de overstap van eenmanszaak naar een BV mogelijk eerder interessant voor u. Omdat hier sprake is van maatwerk, is het maken van een keuze bij voorkeur in overleg te maken waartoe u een afspraak met ons kunt maken.

De lager wordende tarieven voor de vennootschapsbelasting maken het overigens nuttig te bezien of het zinvol is opbrengsten uit te stellen of kosten eerder te nemen. Hierbij te denken aan het vormen van een onderhoudsvoorziening; dit moet wel onderbouwd kunnen worden met redelijk concrete plannen of voorspelbare besteding van onderhoudskosten.  
Een ander aandachtspunt inzake de tariefbijstelling is de vraag of de fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting nog wel interessant is. Verbreking (vóór 1 januari!) kan bij hogere winsten een tariefvoordeel opleveren maar kan ook consequenties hebben voor investeringsaftrek en mogelijk belaste winst als in de voorgaande 6 jaar zich vermogensverschuivingen hebben voorgedaan.

 

Overdrachtsbelasting
Ten aanzien van de overdrachtsbelasting is het goed te wijzen op de stijging die per 1 januari 2021 wordt doorgevoerd voor bedrijfsonroerend goed (tarief stijgt van 6 % naar 8 %) en óók voor een woning die niet door de koper bewoond gaat worden (daarvoor stijgt het tarief van 2 % naar eveneens 8 %).
De aankoop van een woning door iemand die er zelf gaat wonen en jonger is dan 35 jaar kent per 1 januari 2021 een vrijstelling voor overdrachtsbelasting. Per 1 april 2021 is er sprake van een aanvullende eis dat de waarde van de woning niet meer mag zijn dan € 400.000.

 

Investeringen
Het is qua planning goed nog even te bezien of u de drempel voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek haalt in 2020: deze is € 2.400. Zo niet dan kan het nuttig zijn af te wegen of het zinvol is alsnog deze drempel te gaan halen of de voorgenomen investering juist door te schuiven naar 2021.
Boven de drempel van € 2.400 is er sprake van een lastige tabel: bij een investering tot € 58.238 is de aftrek 28 %, daarboven is sprake van een vaste aftrek van € 16.307 die echter boven een investering van € 107.849 weer geleidelijk afneemt.
Niet alle bedrijfsmiddelen komen in aanmerking voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Zo zijn bedrijfsmiddelen met een investeringsbedrag van minder dan € 450 uitgesloten, maar ook uitgesloten zijn bijvoorbeeld goodwill, grond, woonhuizen en personenauto’s die niet bestemd zijn voor beroepsvervoer.
Mocht u binnen 5 jaar na geïnvesteerd te hebben weer gaan desinvesteren, moet u desinvesteringsbijtelling in aanmerking nemen zodat u kunt overwegen de desinvestering op te schorten.
Voor investeringen is het goed om te weten dat er sinds kort sprake is van de BIK (Baangerelateerde InvesteringsKorting). Dit kan leiden tot een korting op de loonheffing van 3 % van het investeringsbedrag tot eind 2021. Voor volgende jaren is het percentage nog niet bekend.

 

Auto
De bijtelling voor een electrische auto die nog in 2020 op naam staat, wordt gesteld op 8 % van de eerste € 45.000 en van 22 % over het meerdere. Per 1 januari 2021 gaat die 8 % omhoog naar 12 % van maximaal € 40.000 en 22 % over het meerdere.
Mocht u nog een lage bijtelling kennen van een in 2016 aangeschafte auto, dan vervalt die lage bijtelling per 1 januari 2021 en wordt dan ook 25 %. Te overwegen is dan de auto naar privé over te hevelen. 

 

Uitstel van betaling
Mocht u als gevolg van corona nog behoefte hebben aan uitstel van belastingbetaling, dan moet het verzoek daartoe uiterlijk 31 december gedaan zijn. De datum waarop gestart moet worden met het alsnog gaan betalen van die belasting is inmiddels opgeschoven naar 1 juli 2021.

 

BTW: Kleine OndernemersRegeling
In 2020 is deze regeling gewijzigd en kunt u vrijstelling krijgen voor btw als uw omzet lager is dan € 20.000 maar dan kunt ook geen btw op uw inkopen of investeringen terug krijgen. Het is redelijk specifiek en lang niet altijd aantrekkelijk. Ofwel gaarne overleg indien u daarvoor in aanmerking zou willen komen.

 

BOX III
Voor box III is 1 januari de peildatum. Er zijn enkele aandachtspunten om die belastingdruk zo mogelijk wat te matigen. Het speelt pas indien uw vermogen in box III hoger is dan een niveau van € 50.000 per fiscale partner in 2021.
Indien u een BV heeft kunt u (vóór 1 januari) kapitaal daarin storten of een lening aan de BV verstrekken (deze gelden moeten dan wel geruime tijd in de BV beschikbaar blijven). Ingeval van een lening wordt de rente daarover weliswaar in box I belast maar is daar voor 12 % vrijgesteld en met een beperkt inkomen en/of een beperkte rente kan de belastingdruk in box I lager zijn dan in box III. Dit is in iedere individuele situatie apart te bezien.
Daarnaast kan het aantrekkelijk zijn vóór 1 januari schenkingen te doen als u dat toch al van plan bent. Wellicht zijn er nog vrijstellingen te benutten waarover wij u graag nader informeren (het vrijgestelde bedrag voor schenkingen aan kinderen is in 2020 € 5.515).
Tevens is het nuttig belastingaanslagen te betalen vóór 1 januari omdat u belastingschulden niet als schuld in mindering op uw vermogen mag brengen (dit kan alleen wél als u vóór 1 november een definitieve aangifte heeft ingediend waarover vóór 31 december nog geen aanslag is opgelegd).
Tot slot kan het nuttig zijn te bezien of u een pensioentekort heeft wat met lijfrente- of bankspaar-stortingen kan worden verkleind. Dit betreft een heel specifieke individuele toetsing waarvoor overleg nodig is. Maar een dergelijke storting beperkt uiteraard wel de beschikbaarheid van die middelen. Het is wel goed om er bij stil te staan dat dergelijke stortingen in komende jaren niet meer tegen het toptarief kunnen worden afgetrokken.

 

WET ARBEIDSMARKT IN BALANS

Vanaf 1 januari 2020 is de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) van kracht op grond waarvan de positie van oproepkrachten en payrollers verbeterd wordt. Daarnaast zijn de meest in het oog springende punten:
* De overheid streeft naar meer vaste contracten: voor werknemers met een vast contract is de WW-premie lager dan voor werknemers met een flexibel contract.
* Ook worden de gronden waarop ontslag aangevraagd kan worden in combinatie toepasbaar wat tot voor kort niet kon.
* Het recht op transitievergoeding begint al te lopen op de eerste werkdag.
* De berekeningswijze van de transitievergoeding is aangepast. Overigens zit er naar verwachting een regeling aan te komen waarbij werkgevers na 1 april compensatie kunnen krijgen voor transitievergoedingen die zij moeten betalen bij het ontslag van langdurig zieke werknemers.
* Inmiddels kunnen weer 3 tijdelijke contracten in 3 jaar (was: 2 jaar) afgesloten worden. Een volgend contract binnen 6 maanden na het laatste leidt dan tot een vast contract.
* Oproepkrachten moeten minstens 4 dagen van te voren worden opgeroepen voor werk. Als de werkgever binnen 4 dagen afzegt, heeft de werknemer toch recht op loon voor de oorspronkelijk beoogde inzet.
* Overigens blijft de aanzegtermijn van toepassing: bij een contract van 6 maanden of langer moet u minstens één maand voor het einde ervan schriftelijk aan de werknemer laten weten of u het contract wel of niet gaat verlengen en onder welke voorwaarden. Doet u dit niet dan kan de werknemer een vergoeding vragen tot maximaal één bruto maandsalaris.

 

UBO-REGISTER
De regels omtrent het UBO-register zijn inmiddels ingegaan. Dit is een door de Kamer van Koophandel te onderhouden register van zgn Ultimate Beneficial Owners, ofwel met name de natuurlijke personen die uiteindelijk “aan de touwtjes trekken”. Weliswaar heeft de Kamer van Koophandel u inmiddels informatie opgevraagd maar de termijn van formele indiening loopt pas op 30 juni 2021 af. Mocht u hulp wensen bij de indiening van de informatie, kunt u altijd contact met ons opnemen. 
Het is de opzet om binnen Europa de UBO-registers te gaan koppelen.
Het doel van de UBO-registratie is gelegen in het voorkomen van witwaspraktijken en terrorismefinanciering.

 

WERKKOSTENREGELING
Met ingang van 2020 is de vrije ruimte opgetrokken van 1,2 % naar 1,7 % over de eerste € 400.000 van de loonsom. Vanwege corona heeft de regeling een tijdelijke optrek tot 3 % doorgevoerd.
Over het meerdere blijft de 1,2 % gehandhaafd.
Mocht u in de sfeer van werkkosten hogere vergoedingen verstrekken (naast de op voorhand vrijgestelde), bent u over het meerdere een eindheffing van 80 % verschuldigd.

 

ZZP
Al geruime tijd is er onduidelijkheid over de kwalificatie van arbeids-relaties. De VAR is al jaren geleden afgeschaft waarvoor in de plaats modelovereenkomsten gekomen zijn. 
Op grond van de ervaringen in 2020 met bepaalde sectoren zou in 2021 een opdrachtgeversverklaring worden geïntroduceerd die klaarheid  zou moeten brengen over de status van de arbeidsrelatie, maar inmiddels is duidelijk dat de nadere uitwerking is doorgeschoven naar een volgend kabinet.

 

HUURTOESLAG
Met ingang van 2020 zijn de inkomensgrenzen voor de huurtoeslag vervallen als gevolg waarvan de toeslag geleidelijker wordt afgebouwd bij stijging van het inkomen.

 

MINIMUMLOON
De brutobedragen van het wettelijk minimumloon en het minimum-jeugdloon stijgen per 1 januari 2021.
Het wettelijk minimumloon voor werknemers van 21 jaar en ouder bij een volledig dienstverband wordt per 1 januari 2021 € 1.684,80 per maand,
€ 388,80 per week en € 77,76 per dag.
De maandbedragen belopen bij een leeftijd van 20 jaar € 1.347,85, bij 19 jaar € 1.010,90, bij 18 jaar € 842,40 bij 17 jaar € 665,50, bij 16 jaar € 581,25 en bij 15 jaar € 505,45.


 

ONROEREND GOED IN HET BUITENLAND
 
Woont u in Nederland en heeft u onroerend goed in het buitenland, wees dan bedacht op mogelijk dubbele heffing van erfbelasting. Weliswaar kent Nederland een besluit voorkoming dubbele belasting, maar dat neemt niet weg dat uiteindelijk sprake kan zijn van (bijna) dubbele heffing omdat andere landen uit kunnen gaan van het woonland van de verkrijger of van het land waar het onroerend goed is gelegen.


LLP

Overweegt u een samenwerkingsvorm waarbij rechtspersoonlijkheid van groot belang is vanwege de risico-afgrenzing, dan ligt een BV voor de hand. Het is echter mogelijk een Limited Liability Partnership aan te gaan. Dit is een Engelse rechtsvorm die in Nederland toelaatbaar is met als prettig aspect dat de LLP fiscaal transparant is. Ofwel deze rechtsvorm wordt niet zelfstandig belast maar de winst wordt toegerekend aan de partners waarbij de in Nederland bekende fiscale faciliteiten zoals zelfstandigenaftrek en MKB-korting toepasbaar zijn.
Ook is er geen noodzaak een minimum dga-salaris in aanmerking te nemen.

Over de specifieke aspecten en toepasbaarheid van deze rechtsvorm kunt u met ons kantoor contact opnemen.


BEWAARTERMIJNEN

Dat u uw financiële administratie 7 jaar moet bewaren is doorgaans wel bekend. Maar de reikwijdte van het begrip “administratie” is zeker in een geautomatiseerde omgeving doorgaans meer omvattend dan verondersteld wordt. Wij adviseren u dan ook uw specifieke situatie eens te toetsen met hetgeen op de site van de Belastingdienst daarover is te vinden.
Voor bedrijfsmatig onroerend goed geldt een bewaartermijn van tien jaar (mede in verband met de herzieningsperiode voor btw.
Voor personeelsgegevens gelden weer andere termijnen. Informatie van sollicitanten mag niet langer dan vier weken na de sollicitatieprocedure bewaard blijven. Gaat een medewerker uit dienst dan mogen de arbeidsovereenkomst en verslagen van functioneringsgesprekken maximaal twee jaar bewaard blijven na einde dienstverband; voor loonbelastingverklaringen en kopieën van identiteitsbewijzen geldt een termijn van vijf jaar.